Buitenvogels bijvoeren, het hele jaar door

Toenemende bebouwing, eenzijdige beplanting, het toepassen van insecticiden, klimaatverandering: voor buitenvogels wordt het steeds moeilijker om voldoende voedsel te vinden.

Door bij te voeren kun je de buitenvogels helpen. En het resultaat is een overvloed aan vogels in de tuin!

BuitenvogelsFrettenEgels

Herfst & Winter

Van eind september tot begin april is het voedselaanbod erg laag voor buitenvogels. Ook al vormen lage temperaturen en sneeuw geen probleem, toch kan de winter een voedselprobleem opleveren voor de buitenvogels. De dagen in de winter zijn kort en de vogels hebben minder tijd om voedsel te zoeken en zo hun energiebehoefte af te dekken. Ook zijn er in de koude maanden nauwelijks insecten, spinnen of larven. Bovendien groeien in veel tuinen alleen exotische planten die geen vruchten of bessen dragen.

Door het gemiddeld genomen warmere weer en het zogenoemde stadsklimaat wordt het gedrag van buitenvogels beïnvloed. Vele soorten vogels trekken in de winter niet meer zo ver naar het zuiden of blijven zelfs op hun zomerstek. Ook overwinteren steeds meer vogelsoorten uit Noord-Europa bij ons. Dit betekent voor onze buitenvogels dat de populatie afneemt, maar dat de concurrentie van andere vogels toeneemt. Hulp door de mens wordt voor de vogels belangrijker dan ooit.

 

 

Voorjaar & Zomer 

Ook het voorjaar en de zomer zijn geen garantie voor een rijk gevulde maag. Bijvoorbeeld in het voorjaar is de vegetatie nog niet optimaal volgroeid en de zaden en vruchten uit de herfst zijn al lang opgegeten. De eerste insecten zijn niet voldoende, vooral omdat de buitenvogels spoedig met hun eerste jongen beginnen, zodat de jonge vogels voor de herfst zelfstandig zullen zijn. Hulp door de mens is dus ook in de warmere maanden zinvol en noodzakelijk. 

Wetenschappelijke studies bevestigen, dat het hele jaar door bijvoeren van buitenvogels helpt om de vele soorten buitenvogels in stand te houden en te beschermen. Vervangen wordt namelijk alleen dat voer, wat de vogels niet meer in de vrije natuur kunnen vinden. Waarnemingen tonen aan dat, zelfs bij extreme weersomstandigheden, de dieren slechts een deel van hun voeding bij voederplaatsen eten. De rest zoeken de buitenvogels nog altijd in natuurlijke voedingsbronnen.

Kinderen leren de natuur te beschermen

Het bijvoeren van buitenvogels biedt de mogelijkheid om vogels van dichtbij te bekijken. Niet alle vogels eten bijvoorbeeld even snel: vogelsoorten als mezen en boomklevers pakken snel een zaadje en vliegen naar een tak om daar in alle rust het zaadje op te eten. Andere vogelsoorten zoals de goudvink zijn minder schuw en eten rustig op de voederplaats zelf. Door het behulpzaam voeren en het rustig bekijken van de verschillende soorten ontwikkelen kinderen al vroeg een verantwoordelijkheidsgevoel voor de natuur.

Bijvoeren – doen, maar wel op de juiste manier!

  • Geef alleen hoogwaardig, speciaal voor buitenvogels gemaakt voer. Etensresten bijvoorbeeld zijn vaak schadelijk voor buitenvogels.

Voer vroeg in de morgen en voor de avondschemering. Buitenvogels hebben in de lange winternachten voldoende energie nodig.

Kies een plek uit met bomen in de buurt. Bij dreigend gevaar kunnen vogels zich redden door in de bomen te vliegen. Pas op met struiken, deze bieden katten een goede verstopplaats.

De voederplaats moet goed beschermd zijn tegen wind, regen en sneeuw, zodat het voer niet bederft.

Zorg op het balkon voor struiken die bescherming kunnen geven.

Maak voederplaatsen en vogelhuisjes regelmatig schoon.

  • Geef wintervoer tot april. Ondanks de hogere temperaturen zijn er nog niet voldoende insecten, zaden of vruchten.

 

 

Vind snel uw producten

Voer uw postcode of plaatsnaam in en vindt een winkel bij u in de buurt.